zaterdag 23 februari 2013

Barbora Wouters wint Jacques A.E. Nenquinprijs 2013

Dit weekend werd de laureaat van de Jacques A.E. Nenquinprijs 2013 bekendgemaakt. Barbora Wouters (Vrije Universiteit Brussel) won de prijs voor haar masterproef ‘Een micromorfologische studie van de zwarte aarde in Antwerpen (burchtsite)’. De Jacques A.E. Nenquin-prijs voor archeologie bekroont de ‘beste’ masterproef in de archeologie van de vorige twee academiejaren aan de Universiteit Gent en aan de Vrije Universiteit Brussel. Na een eerste laureaat in 2011, was de prijs nu aan zijn tweede editie toe.


Voor de Jacques A.E. Nenquinprijs 2013 waren vijf masters genomineerd: David Demoen, Maxime Poulain, Marit Van Cant, Yannick Van Hollebeeke en Barbora Wouters. Een externe jury bestaande uit professoren van diverse universiteiten beoordeelde de masterproeven en stelde een rangschikking voor. De juryleden waren prof. dr. Peter Attema (Universiteit Groningen), prof. dr. Patrick Degryse (KU Leuven), prof.dr. Colin Haselgrove (University of Leicester) en prof. dr. Laurent Verslype (UC Louvain). Barbora Wouters kwam uiteindelijk als laureaat uit de bus. De jury was onder de indruk van het interdisciplinaire karakter van haar onderzoek, de combinatie tussen micromorfologie en archeologie, het opentrekken van het onderzoek naar nieuwe vraagstellingen en de methodologisch sterke onderbouw van het proefschrift.
Barbora Wouters (1989) studeerde Latijn-wiskunde aan het Koninklijk Atheneum in Leopoldsburg, waarna ze koos voor de opleiding Kunstwetenschappen en Archeologie aan de VUB. Reeds tijdens de Bacheloropleiding bleek echter dat het te moeilijk was om een keuze te maken tussen humane en natuurwetenschappen, waardoor ze zich specialiseerde in een tak van de archeologie die beide combineert: de micromorfologie. Deze methode laat toe bodemkundige en archeologische processen te bestuderen aan de hand van microscopische analyse.
Haar specifieke interesse voor natuurwetenschappelijke methoden in het archeologisch onderzoek kon ze in haar Masteropleiding (2011) verder ontplooien tijdens een Erasmusuitwisseling aan de Universiteit van Sheffield, waar ze zich bekwaamde in de geoarcheologie en ‘environmental archaeology’. Haar thesis over het ‘Micromorfologisch onderzoek van de zwarte laag te Antwerpen (burchtsite)’ werd voorbereid onder de micromorfologische begeleiding van Yannick Devos (ULB) en werd in 2012 bekroond met de prijs RenĂ©e De Bock-Doehaerd (Vakgroep Geschiedenis, VUB).
 Tijdens haar studies nam ze ook deel aan talrijke binnenlandse opgravingen, hoofdzakelijk op middeleeuwse sites, en werkte ze als paleografe aan de transcriptie van een 17de-eeuws boek.
In 2011-2012 specialiseerde Wouters zich verder in de micromorfologie aan de Universiteit van Cambridge. Het onderzoek voor deze Master in Archaeological Research, waarvoor ze een beurs ontving van de ‘Cambridge Home and European Scholarship Scheme’ gedeeld met Murray Edwards College, werd uitgevoerd onder toezicht van Prof. dr. Charly French. Haar thesis handelde opnieuw over het micromorfologisch onderzoek van de stedelijke ruimte, deze keer met de nadruk op Noord-Europa (‘A micromorphological approach to Early Medieval towns and trading places: the case study of Viking-age Kaupang, Norway’). In oktober 2012 begon Wouters als FWO-aspirant aan haar doctoraat over de bijdrage van micromorfologie aan het onderzoek van vroegmiddeleeuwse steden: ‘Early towns in the southern North Sea region – the formation and lifecycle of (pre-)urban soils from an archaeological and micromorphological perspective, AD 400-1000′ (promotor: Prof. dr. Marc de Bie). Dit gezamenlijk doctoraat wordt voorbereid in samenwerking met de Universiteit van Aberdeen (co-promotor: dr. Karen Milek).